Oude tanden onthullen dat een syfilisachtige ziekte zich 4000 jaar geleden in Vietnam verspreidde

13

Archeologische ontdekkingen in Vietnam stellen lang gekoesterde veronderstellingen over de oorsprong van syfilis en aanverwante ziekten ter discussie. Nieuw bewijs suggereert dat een syfilis-achtige infectie millennia vóór het Europese contact met Amerika wijdverspreid was in Zuidoost-Azië, waardoor de veelbesproken ‘Columbus-hypothese’ werd ondermijnd die de verspreiding van de ziekte toeschrijft aan transatlantische reizen uit de 15e eeuw.

Ziektegeschiedenis herschrijven

Decennia lang geloofden onderzoekers dat alleen syfilis zelf tijdens de zwangerschap van ouder op kind kon worden overgedragen – een belangrijk argument ter ondersteuning van het idee dat de ziekte zijn oorsprong vond in Amerika. Een recente studie gepubliceerd in het International Journal of Osteoarchaeology toont echter aan dat congenitale overdracht niet uniek is voor syfilis.

Het team onderzocht skeletresten van neolithische vindplaatsen in Vietnam, die dateren tussen 4.100 en 3.300 jaar geleden. Ze identificeerden drie gevallen van congenitale treponematose – een groep infecties veroorzaakt door de bacterie Treponema pallidum, waartoe ook syfilis, bejel en yaws behoren – in de botten en tanden van jonge kinderen.

Bewijs uit het stenen tijdperk

De overblijfselen, opgegraven op de vindplaatsen van Man Bac en An Son, vertoonden veelbetekenende tekenen van de infectie: onvolgroeide, misvormde of door wormen aangevreten tanden. Twee van de getroffen personen werden geïdentificeerd in Man Bac (Noord-Vietnam) en waren ongeveer 18 maanden en 5 jaar oud. Het derde kind, uit An Son (Zuid-Vietnam), was ongeveer 2,5 jaar oud.

De prevalentie van treponematose onder kinderen suggereert dat de ziekte waarschijnlijk niet seksueel overdraagbaar is, wat het traditionele verhaal nog ingewikkelder maakt. De ontdekking toont aan dat een aangeboren infectie met Treponema pallidum kan voorkomen bij verschillende ondersoorten van de bacterie, en niet alleen bij syfilis.

De ‘Columbus-hypothese’ uitdagen

De ‘Columbus-hypothese’ stelt dat Europese ontdekkingsreizigers aan het einde van de 15e eeuw vanuit Amerika syfilis naar de Oude Wereld brachten. Dit nieuwe bewijs ontkracht niet dat syfilis destijds in Amerika voorkwam, maar laat wel zien dat vergelijkbare ziekten elders al veel eerder bestonden.

Zoals onderzoeker Nicola Czaplinski uitlegt: “Deze ontdekking daagt een van de belangrijkste pijlers uit van de ‘Columbus bracht syfilis [naar Europa vanuit de Nieuwe Wereld]’-theorie en laat zien dat… we nog ver verwijderd zijn van het oplossen van het mysterie van waar syfilis werkelijk begon.”

Toekomstig onderzoek en ethische overwegingen

Verder onderzoek wordt belemmerd door de slechte bewaring van DNA in tropische klimaten. Voor het extraheren van genetisch materiaal zijn grote botmonsters nodig, wat ethische zorgen oproept over het verstoren van voorouderlijke overblijfselen. De studie suggereert ook dat vroege migraties van China naar het vasteland van Zuidoost-Azië mogelijk een rol hebben gespeeld bij de verspreiding van de ziekte, wat de noodzaak van meer onderzoek in onderbelichte regio’s zoals Afrika benadrukt.

“Menselijke resten zijn niet slechts wetenschappelijke monsters; zij zijn de voorouders van levende gemeenschappen en moeten met zorg en respect worden behandeld.” – Melandrie Vlok, hoofdonderzoeker

De bevindingen onderstrepen dat de oorsprong van treponemale ziekten een complexe puzzel blijft, en dat wetenschappelijk onderzoek met zowel nauwgezetheid als culturele gevoeligheid moet plaatsvinden.

Deze ontdekking heropent het debat over de ware oorsprong van syfilis en benadrukt dat ons begrip van de ziektegeschiedenis nog steeds onvolledig is.