Hormoontherapie voor de menopauze: geen duidelijk verband met het risico op dementie, blijkt uit een belangrijke recensie

22

Een uitgebreide nieuwe analyse van meer dan een miljoen gezondheidsgegevens van vrouwen bevestigt dat hormoontherapie (MHT) in de menopauze, ook bekend als hormoonsubstitutietherapie (HRT), niet aantoonbaar verband houdt met een verhoogd risico op dementie. De evaluatie, in opdracht van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), is het meest rigoureuze onderzoek tot nu toe over dit besproken onderwerp, en de bevindingen ervan zullen de komende WHO-richtlijnen vormen die in 2026 worden verwacht.

Waarom dit ertoe doet: tegenstrijdig bewijsmateriaal en de gezondheid van vrouwen

Het verband tussen MHT en cognitieve achteruitgang is een bron van onzekerheid geweest voor zowel patiënten als artsen. Vroege onderzoeken die op mogelijke schade wezen, leidden wereldwijd tot een scherpe daling van het aantal recepten, ondanks ernstige beperkingen en later opduikende kanttekeningen. Het gebrek aan duidelijke richtlijnen van grote gezondheidsorganisaties zoals de WHO heeft ervoor gezorgd dat veel vrouwen niet zeker weten of deze therapie hun risico op dementie zou kunnen verhogen of verminderen.

Dit is van belang omdat dementie een groeiende mondiale gezondheidscrisis is, en elke potentiële risicofactor – of geruststelling daartegen – is van cruciaal belang voor geïnformeerde medische besluitvorming.

Belangrijkste bevindingen: hoe dan ook geen sterk bewijs

De systematische review vond geen sterk bewijs dat MHT het risico op dementie verhoogt of verlaagt. De meeste onderzoeken waren observationeel, wat betekent dat ze alleen verbanden kunnen aantonen en geen oorzaak en gevolg kunnen bewijzen. De resultaten waren inconsistent, waarbij sommige onderzoeken lichte positieve of negatieve verbanden suggereerden, maar allemaal met lage zekerheid.

Variaties in MHT-formuleringen, doseringen en timing van het voorschrijven maakten de vergelijkingen nog ingewikkelder. Vrouwen die na de leeftijd van 60 jaar met de behandeling beginnen, kunnen te maken krijgen met hogere risico’s, waardoor vroege interventie mogelijk gunstiger is. Eén gerandomiseerde studie suggereerde een mogelijk verhoogd risico bij gebruik van producten die alleen oestrogeen bevatten bij vrouwen ouder dan 65 jaar, maar de auteurs zelf bestempelden de zekerheid van dat resultaat als ‘laag’.

Huidige richtlijnen en toekomstig onderzoek

De FDA heeft onlangs plannen aangekondigd om de ‘black box’-waarschuwingen op MHT-producten, waarin wordt gewaarschuwd voor een verhoogd risico op dementie, te verwijderen, in lijn met de bevindingen van de nieuwe review. De European Society of Human Reproduction and Embryology beveelt MHT ook aan voor de preventie van dementie bij vrouwen met premature ovariële insufficiëntie.

Onderzoekers benadrukken echter de behoefte aan meer gegevens van hoge kwaliteit, vooral over degenen die een vroege menopauze ervaren als gevolg van hysterectomieën of ovariëctomieën (chirurgische verwijdering van de baarmoeder of eierstokken). Studies hebben vroege ovariëctomie in verband gebracht met verhoogde hersenrisico’s en hysterectomie met een hoger risico op een beroerte, maar vergelijkende gegevens blijven onvoldoende.

“Over het geheel genomen ondersteunt het tot nu toe beschikbare bewijsmateriaal MHT niet uitsluitend voor het verminderen van het risico op dementie, noch verhoogt MHT het risico op dementie”, concludeert de review.

Onderzoek naar de menopauze blijft aanzienlijk ondergefinancierd, wat de vooruitgang op dit cruciale gebied van de gezondheid van vrouwen belemmert. Het opbouwen van vertrouwen in deze levensveranderende therapie zal tijd, gedegen onderzoek en duidelijke communicatie van de medische autoriteiten vergen.